Loading...

De Onderbreking

Waardering

Waardering

Nu nog is de stad een lolly op een stokje

Harderwijk, Parkeergarage Houtwal

mixen en matchen geeft innovatie vaart

Risicogestuurd grondonderzoek

Van onderaf

Schiedam, Ketheltunnel

Financiering en beheer Westerscheldetunnel

Zo kan het ook: fijn fietsen

Kennisbank

Waardering

In de praktijk wordt veel gesproken over integrale gebiedsontwikkeling, maar men vergeet vaak de potentie van de bodem. De ondergrond kan een kwaliteitsimpuls geven aan de bovengrond. Welke waarde voegt ondergronds ruimtegebruik toe? Kunnen we die meerwaarde ook hard economisch neerzetten?

De huidige ruimtelijke ordening is primair gericht op de bovengrondse ruimte. Wanneer de ondergrondse ruimte als volwaardige component in de planvorming wordt meegenomen, komen de kansen in beeld. Zo kan ondergronds ruimtegebruik positief bijdragen aan maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatverandering. Door functies ondergronds te brengen, blijft er bovengronds ruimte over voor andere doeleinden. Deze toegevoegde waarde van ondergronds bouwen is echter lastig in kaart te brengen, terwijl de kosten vaak relatief goed zijn in te schatten.

Veel participanten hebben met deze kwestie te maken en het COB wil hen hierin ondersteunen. Er spelen civieltechnische, juridische, beleidsmatige en economische vragen die in samenhang bekeken moeten worden om de ondergrond op waarde te kunnen schatten.

'Nu nog is de stad een lolly op een stokje'

Het is een tracé van ‘maar’ 3,8 kilometer. Toch is de Rotterdamsebaan een project met een grote impact voor Den Haag. De weg moet de dagelijkse congestie op de Utrechtsebaan en de daarmee samenhangende problemen als sluipverkeer en luchtkwaliteit flink verminderen. Met een begroting van 610 miljoen (prijspeil 2012) is het bovendien het grootste project dat ooit door de stad is uitgevoerd.

“De Rotterdamsebaan is absoluut noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van Den Haag”, zegt Boudewijn Revis, wethouder Binnenstad, Stadsontwikkeling, Kerngebieden en Buitenruimte van de gemeente Den Haag. “In een stad die groeit en zijn inwoners een aantrekkelijk woonklimaat biedt, is verbetering van de bereikbaarheid cruciaal. Nu nog is de stad een lolly op een stokje, waarbij de A12 de belangrijkste toegangsweg is. Daar passeren bijna 100.000 forenzen per dag. Met de Rotterdamsebaan komt er een tweede zogeheten ‘inprikker’ op de centrumring, die zeker als straks ook de A4 klaar is, een belangrijke functie krijgt. De A12 en het noordelijke deel van de centrumring worden ontlast.”

“Den Haag heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Sinds een jaar of tien, vijftien, is het een groeiende stad, waar zich steeds meer grote bedrijven en internationale instellingen hebben gevestigd. De economie, de werkgelegenheid en de bouwactiviteiten zijn toegenomen. Natuurlijk merken we ook hier dat het crisis is, maar de langetermijnontwikkeling is enorm positief. Maar dat kun je alleen volhouden als de bereikbaarheid van de stad goed is. Dat geldt voor alle modaliteiten. Naast verbetering van het openbaar vervoer met de komst van RandstadRail en de samenwerking tussen NS en HTM heeft het wegvervoer prioriteit. Het woonklimaat is bepalend voor het succes van een stad, maar dan moet de bereikbaarheid ook op orde zijn.”

Regionaal belang

De financiering van de Rotterdamsebaan wordt voor vijftig procent gedekt door het Rijk. Daarnaast nemen het stadsgewest Haaglanden en de stad Den Haag ieder vijfentwintig procent voor hun rekening. De uitvoering is voor rekening en risico van de gemeente Den Haag. “Daaruit blijkt het bredere belang van de Rotterdamsebaan in de drukst bereden regio van Nederland”, stelt projectdirecteur Paul Janssen. “Men heeft het ervoor over, omdat iedereen het probleem ziet en weet dat een project als dit in zo’n dichtbebouwde omgeving geld kost. De Rotterdamsebaan is bovendien veel meer dan een tunnel. De rest van het tracé, met open bakken en veel kruisingen, is minstens zo ingrijpend.”

Waardecreatie

Wethouder Revis: “Het project levert extra’s op voor de stad. Aan de Binckhorstzijde kan, nu het tracé bekend is, al een begin worden gemaakt met de verdere herinrichting. Er liggen kansen voor bedrijventerrein Binckhorst, zeker als de aansluiting op de A4 en A12 beter is geregeld. Mensen die het lef hebben om tien jaar verder te denken, zien de mogelijkheden van dit gebied. Ik zeg: durf te dromen. Ik ben ervan overtuigd dat de Binckhorst zich voorspoedig zal ontwikkelen. De Rotterdamsebaan speelt daarin een belangrijke rol.”

Paul Janssen: “De ambities voor dit project strekken verder dan een verbinding van A naar B. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de verlenging van de tunnel met driehonderd meter boven op wat technisch gezien puur noodzakelijk was. Het is een bestuurlijk compromis dat inpassing in de Vlietzone bij Leidschendam-Voorburg en Rijswijk mogelijk maakt.” Boudewijn Revis: “Zo ontstaan aan de kant van de A4, waar je de stad binnenkomt, bij de Vlietzone nieuw water en groen. Daar verenigen we het nuttige met het aangename en kunnen we de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren.”

Paul Janssen: “Een project als de Rotterdamsebaan is niet alleen een kostenpost. De inpassing in de Vlietzone creëert extra waarde voor de regio. In delen van de drie betrokken gemeenten neemt sluipverkeer af, vermindert de geluidshinder en verbetert de luchtkwaliteit.”

Nadruk op duurzaamheid

De duurzame landschappelijke inpassing past in de duurzaamheidsvisie van de gemeente. Den Haag wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Die ambitie is terug te vinden in de tracékeuze en de nadruk op duurzaamheid als een van de EMVI-criteria bij de aanbesteding van het project. Wethouder Revis: “Het biedt innovatieve bedrijven kansen om zich op het gebied van duurzaamheid te profileren en het biedt ons de kans ervan te leren ten behoeve van toekomstige projecten.”

Paul Janssen: “Duurzaamheid is een containerbegrip. Als je aanbiedingen van marktpartijen wilt afwegen, zul je eerst moeten benoemen waar je het over hebt. Bovendien wilden we voorkomen dat we in een of ander rekenmechanisme terecht zouden komen. We wilden de markt als het ware dwingen tot creativiteit. Met die vraag zijn we naar het COB en professor Marcel Hertogh gegaan. Daaruit is een expertteam Duurzaamheid ontstaan, dat projectonafhankelijke criteria voor duurzaamheidsaspecten heeft opgesteld voor het ontwerp (civiel en tunneltechnische installaties), de bouwaanpak, beheer en onderhoud en de omgevingseffecten (luchtkwaliteit, impact op de omgeving). Daarbij is overigens nadrukkelijk gesteld dat de uitkomsten breder toepasbaar zouden moeten zijn dan alleen voor de Rotterdamsebaan. De Rijnlandroute en de Blankenburgtunnel komen er immers ook aan.”

“Wij hebben vijf criteria uit het rapport van het expertteam opgepakt en meegenomen in de aanbesteding”, vervolgt Janssen. “Geluid, luchtkwaliteit, energie, inpassing en natuurlijke grondstoffen. Daarvoor hebben we objectieve maatstaven kunnen formuleren. We vragen in de aanbesteding nadrukkelijk om een samenhangende visie op dit gebied. En het feit dat in de aanbesteding ook vijftien jaar onderhoud en het voldoen van de energierekening zijn opgenomen, garandeert dat maatregelen concreet en toerekenbaar kunnen worden gemaakt. Uit de eerste gesprekken met gegadigden blijkt ook dat de handschoen wordt opgepakt.”

Het opnemen van duurzaamheidscriteria in de aanbesteding moet leiden tot extra waardecreatie. Met dat doel zijn nog drie EMVI-criteria benoemd: toekomstwaarde, geluid, luchtkwaliteit, materiaal- en grondstoffengebruik en energieverbruik. Paul Janssen: “Het gaat om meer dan een tunnelbak met tunneltechnische installaties. Je wilt voldoen aan de eisen van beschikbaarheid, en dat lukt alleen goed als je je daar vanaf het eerste moment bewust van bent. De criteria voor risicobeheersing komen tot stand in een concurrentiegerichte dialoog en gaan over de mate waarin contractpartijen bereid zijn geconstateerde risico’s over te nemen. Het laatste, hinderbeperking, heeft te maken met allerlei aspecten in de uitvoeringsfase. Het gaat dan bijvoorbeeld over beïnvloeding van het gebruik van het rijkswegennet, het regionale wegennet en het openbaar vervoer, de bereikbaarheid van Binckhorst, inpassing in het landschap en het omgaan met de belangen van bijvoorbeeld familiepark Drievliet en de golfbaan.”

Parkeergarage Houtwal

Om in de binnenstad voldoende parkeergelegenheid te creëren zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid van het centrum, heeft de gemeente Harderwijk een nieuwe parkeergarage laten bouwen aan de Houtwal.

De garage is rond, heeft een diameter van 60 meter en biedt plaats aan 450 voertuigen. In het midden heeft hij een groot glazen dak, dat ervoor zorgt dat tot onderin – ruim 21 meter beneden het maaiveld – daglicht valt. De parkeerlagen hebben de vorm van een spiraal en liggen rond de lichtschacht die een doorsnede heeft van 12 meter. Op weg naar beneden komen bezoekers nergens een pilaar tegen. Voor het verlaten van de garage is een aparte rijbaan gemaakt rond de lichtschacht, die automobilisten zonder obstakels naar de uitgang voert.

Automobilisten rijden als in een kurkentrekker naar beneden. (Beeld: Gemeente Harderwijk)

Diepwanden

De garage is aanbesteed als design-and-constructcontract, en ontworpen en gebouwd door bouwcombinatie Houtwal. Voor de bouw zijn diepwanden gemaakt tot een diepte van 24,5 meter, waarbij elk paneel ongeveer 8 meter breed is en 1,2 meter dik. Een rubberen slab tussen de diepwanden zorgt voor een goede waterdichte afsluiting.

Nadat de ring van diepwanden gereed was, is het grootste deel van de grond hydraulisch ontgraven om overlast voor de omgeving door vrachtwagens te voorkomen. Het natte zand is opgezogen en via een persleiding naar een depot verpompt. De leidingen hiervoor zijn tijdelijk in het gemeentelijke riool aangebracht.

Tijdens graafwerkzaamheden zijn resten van een oude stadspoort ontdekt. Deze zijn gerestaureerd en staan tentoongesteld op de onderste verdieping van de parkeergarage.

Onderwaterbeton

De onderste vloer van de garage bestaat uit onderwaterbeton. Om opdrijven van deze vloer te voorkomen zijn ruim 400 GEWI-ankers aangebracht met een lengte van 34 meter. De paalpunten van deze ankers zitten 53 meter onder het maaiveld.

Voorafgaand aan het storten van het onderwaterbeton is een wapeningslaag van een meter dik aangebracht, die ervoor zorgt dat de vloer niet opbolt. Na uitharding van het onderwaterbeton bleek de aansluiting tussen de vloer en wanden nog niet volledig waterdicht. Daarom hebben duikers gaten door het beton geboord en met injectielansen een expanderende tweecomponentenhars geïnjecteerd tussen de vloer en de wanden. Toen de lekkage was verholpen, heeft de bouwcombinatie het water uit de bouwput gepompt en is begonnen met de afbouw.

Eerst is bovenop het onderwaterbeton een constructieve vloer gemaakt van 75 centimeter dik. Vervolgens zijn de middenkoker en de trappenhuizen gebouwd. Vanuit de trappenhuizen zijn de kolommen gesteld waarop de prefab betonnen parkeerdekken steunen. Het betreft acht betonnen kolommen voor de middenring en zestien voor de buitenring. Het niet-glazen deel van het dak bestaat uit ruim vijftig betonnen dakliggers met een gewicht van elk zestien ton. Het dak is voorzien van gras en het glas is beloopbaar om het gebied een parkachtige uitstraling te geven.

Sprinkler-installatie

De parkeergarage is voorzien van energiezuinige, dimbare led-verlichting. In totaal gaat het om 650 led-armaturen die vier standen hebben: 30, 25, 20 en 15 Watt. Verder is de garage uitgerust met een sprinklerinstallatie. Bij brand gaan de sprinklers nabij het vuur direct sproeien, zodat een brand geen kans heeft zich verder te ontwikkelen. Daardoor blijft de temperatuur bij een brand laag en blijft de bouwkundige constructie gespaard. Een ventilatiesysteem zorgt voor de afvoer van rook.

mixen en matchen geeft innovatie vaart

“Waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch een ander resultaat verwachten”, zei Albert Einstein al. Adrie van Duijne (KIEN) en Karin de Haas (COB) omarmen die uitspraak van harte. Zij willen de manier waarop we ondergrondse vraagstukken beantwoorden anders aanpakken. Sneller, slimmer. Meer gericht op wat ons bindt dan op wat ons onderscheidt. En meer gericht op waarde dan op bezwaren.

“Met een andere aanpak kunnen we gaan denken aan wat een tunnel oplevert en niet alleen aan de kosten”, aldus Karin de Haas. Adrie van Duijne: “Naast het primaire doel van een tunnel kun je andere functies toevoegen. Een groene long in de stad. Of een waterbassin. Zo kun je extra waarde creëren.”

Uit Einsteins opmerking volgt dat je een ander resultaat mag verwachten als je een vraagstuk op een andere manier aanvliegt. Van Duijne en De Haas deden dat op verzoek van de gemeente Den Haag. Doel was ervoor te zorgen dat de duurzaamheidsambities van Den Haag maximaal tot hun recht komen in de plannen voor de Rotterdamsebaan. Karin de Haas: “Het is een goed voorbeeld gebleken van hoe een andere benadering inderdaad tot ander resultaat leidt.”

Ten behoeve van de Rotterdamsebaan werd begin 2014 een expertteam gevormd dat in korte tijd een integrale visie op duurzaamheid opleverde. De bevindingen, opgedeeld in drie ambitieniveaus, zijn direct bruikbaar in de aanbestedingsprocedure voor dit project en kunnen als inspiratiebron dienen voor toekomstige projecten. De experts kwamen uit allerlei verschillende netwerken, zowel van het COB, KIEN en de TU Delft als ver daarbuiten. Karin de Haas: “We hebben ook de hulp gevraagd van de gebruikers van de toekomst. Jongeren van NXT Generation hebben een waardevolle bijdrage geleverd en ons een lesje in nederigheid gegeven. Hun intuïtieve denkwijze maakt dat zij innovaties uit een ander werkveld veel gemakkelijker kunnen vertalen naar dat van ons.”

Het idee is dat je een team vormt van experts die geen directe binding met een project hebben. Dat maakt het makkelijker om informatie en inzichten te delen en tot kruisbestuiving te komen. Karin de Haas: “We wisten zeker dat we niet wisten waartoe de markt in staat is. We wilden de markt optimaal uitdagen om al hun innovatiekracht en creativiteit in te zetten en zo de opdrachtgever te helpen selectiecriteria te formuleren. De gebruikelijke experts waren niet beschikbaar omdat zij wilden meedoen in de aanbesteding. Maar we wisten zeker dat ook daarbuiten voldoende expertise beschikbaar moest zijn. Sterker nog, met die andere experts konden we nieuwe inzichten aanboren. Er ontstond een mix van invalshoeken, kennis en ervaring. Een snelkookpan die nieuwe inzichten opleverde die desalniettemin op draagvlak konden rekenen.”

Adrie van Duijne: “Die inzichten zijn de nieuwe vergezichten; de uitdagingen. Het is net als met president Kennedy, die in 1961 als doel stelde om een man op de maan te zetten. Hij wist nog niet hoe, maar hij wilde het. En acht jaar later kon het. Je moet een stip op de horizon zetten. Dan kun je tot vernieuwing komen die je eerst niet voor mogelijk had gehouden. Het expertteam is ook begonnen met het ontwikkelen van een gezamenlijke droom, namelijk: ‘Wat is voor ons een duurzame tunnel?'”

Een expertteam samenstellen

Het expertteam Duurzaamheid is min of min willekeurig samengesteld. Dat is een belangrijke succesfactor gebleken. Er waren geen criteria vooraf. ‘Vind je dat je geschikt bent en zo ja, waarom?’, was de kern van de vraag die breed is uitgezet.

“Je moet durven nieuwsgierig te zijn naar invalshoeken die je zelf niet kent en mensen de ruimte geven”, aldus Karin de Haas. “Wij zijn niet de experts, maar weten wel waar we mensen met relevante expertise kunnen vinden en hoe we ze kunnen uitdagen. In de praktijk blijkt vooral belangrijk dat je de juiste combinatie maakt. Jonge honden naast oude rotten. Mensen die de grenzen van innovatie opzoeken, naast mensen die primair voor zekerheid gaan. Aanvallers en verdedigers. En dat onder leiding van een voorzitter die kan verbinden. Vervolgens moet je de inbreng – variërend van visiestukken tot berekeningen met zeven cijfers achter de komma – natuurlijk nog wel vertalen naar de praktijk. We hebben onze vertaling teruggekoppeld naar de experts met de vraag: ‘Ben je hier gelukkig mee?’ Daarmee is het benodigde draagvlak voor het Inspiratiedocument gecreëerd.”

Opdrachtgevers ondersteunen

Het actief samenbrengen van experts uit allerlei richtingen blijkt in de praktijk een snelle en effectieve methode om opdrachtgevers in staat te stellen hogere ambities na te streven. Binnen de eigen organisatie is daar meestal geen ruimte meer voor.

Adrie van Duijne: “Opdrachtgevers beperken zich steeds meer tot hun kernprocessen en weten niet meer wat er te koop is. Het gebrek aan technische expertise bij opdrachtgevers leidt ertoe dat bij investeringen in infrastructuur geen state-of-the-art-oplossingen worden gevonden. De opdrachtgever heeft een integrale vraag waar een sectoraal aanbod tegenover staat. Die mismatch tussen vraag en aanbod kun je vermijden door vanuit het probleem of de ambitie te vertrekken.”

Voor de Rotterdamsebaan betekende dat concreet dat de noodzaak van een oplossing voor de bereikbaarheid van Den Haag werd gekoppeld aan de ambitie van de stad om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Daar werd ineens kristalhelder dat je een tunnel die honderd jaar mee moet gaan, niet kunt bouwen zonder die duurzaamheidsambitie mee te nemen, of, liever nog, tot uitgangspunt te benoemen. En zo ontstond er ruimte voor een alternatieve aanpak zoals dit expertteam.

Knippen plakken?

Het feit dat de gehanteerde werkwijze voor de Rotterdamsebaan goed is uitgepakt, wil niet zeggen dat deze zonder meer gekopieerd kan worden voor elke willekeurige vraag. “Toch zijn er wel wat algemene stelregels die we kunnen destilleren”, zegt Karin de Haas.

  • Zorg voor een inspirerend voorzitter/ trekker/begeleider die kan verbinden en de rode draad blijft zien
  • Begin met inspiratie, een droombeeld, een visie
  • Neem niet te veel tijd, dat haalt de energie er maar uit
  • Zorg dat er alleen maar mensen meedoen die in de ambitie geloven
  • Wees nieuwsgierig naar de kennis die anderen hebben
  • Meer weten staat niet gelijk aan beter weten
  • Ga niet op zoek naar het kind in jezelf; vraag het een kind
  • Zoek naar de 80% waarin jouw opgave lijkt op die van een ander, richt je dus niet op de 20% die je daarvan onderscheidt

Flexival 2017

'Risicogestuurd grondonderzoek' bruikbaar wapen in strijd tegen faalkosten

Begin 2013 verschijnt het rapport Risicogestuurd grondonderzoek. Dit rapport is door een grote groep geotechnici vanuit Geo-Impuls opgezet om faalkosten te verminderen. (Het ontbreken van) de benodigde informatie over de ondergrond blijkt een belangrijke factor bij het optreden van faalkosten.

Het risico van faalkosten ontstaat juist dan wanneer verkeerde ontwerpbeslissingen of inschattingen worden gemaakt doordat op dat moment de benodigde informatie uit grondonderzoek ontbreekt. De publicatie helpt partijen die risico’s beter te beheersen en om in de contractvorming tot een daarbij passende toedeling van verantwoordelijkheden te komen. In de praktijk zijn er legio voorbeelden waarbij pas in een laat stadium werd ontdekt dat er sprake was van een verhoogd risicoprofiel. Zo zou het risico van herstel- en gevolgschade als gevolg van verzakkingen kunnen worden beperkt, doordat benodigde informatie als gevolg van het werken met het ontwikkelde instrument tijdig beschikbaar is.

De publicatie past in Geo-Impuls, het programma dat in 2015 moet leiden tot vijftig procent reductie van geotechnisch falen. De publicatie Risicogestuurd grondonderzoek is een vervolg op het Delft Cluster/CUR-project Grondonderzoek in de tenderfase. Martijn van Vliet, namens Rijkswaterstaat trekker van de werkgroep die de uiteindelijke publicatie ontwikkelde: “We zijn bewust van die oude naam afgestapt, omdat de nadruk op de tenderfase te beperkt zou zijn. Vanuit Geo-Impuls was er behoefte om het onderzoek breder en uitgebreider op te pakken, omdat we zagen dat er in de contractvorming steeds vaker een spanningsveld ontstaat ten aanzien van risico’s en verantwoordelijkheden. Welk onderzoek hoort bij het voorwerk van de opdrachtgever en wat hoort bij het werk van de aannemer? Dat probleem speelt bij elke contractvorm.”

“Wat wij met dit rapport willen benadrukken, is dat er in elke fase van een project grondonderzoek nodig is en dat je de uitkomsten steeds naar de volgende fase moet overdragen. Zo werk je van grof naar fijn, waarbij de onzekerheidsfactor steeds kleiner wordt. Je werkt van de eerste fase (is een tunnel hier überhaupt mogelijk?) tot de uitvoering (hoeveel kracht is er nodig om de damwand te installeren ?).”

Praktisch toepasbaar
De commissie is erin geslaagd om een praktisch instrument af te leveren. De inleiding van het rapport is gewijd aan de systematiek en daarmee voor alle lezers van belang. In de hoofdstukken erna is echter gekozen voor een indeling naar type bouwwerk/kunstwerk. Daarmee sluit de commissie aan bij de beleving en de werkwijze in de praktijk van alledag. Martijn van Vliet: “De publicatie is toegankelijk voor de gebruiker die vaak met één type project tegelijk bezig is. Per type bouwwerk/kunstwerk hebben we benoemd wat de risico’s zijn. De risicogestuurde aanpak betekent dat we omschrijven wat er moet gebeuren om zo’n risico te beheersen en hoe je je bevindingen zo documenteert dat men er in de volgende fase mee verder kan. De opdeling naar bouwwerk/kunstwerk betekent dat iedereen het voor hem relevante hoofdstukje erbij kan zoeken.”

De commissie heeft in de totstandkoming van het rapport steeds gewerkt aan een breed draagvlak. De commissie bestond weliswaar voornamelijk uit mensen met een technische achtergrond, maar er zijn binnen Geo-Impuls ‘onderweg’ workshops georganiseerd om mensen die met aanbestedingen bezig zijn bij de ontwikkeling van het instrument te betrekken.”Risicogestuurd werken betekent dus juist niet dat er dwingende voorschriften zijn als ‘Gij zult elke tien meter een prikje doen’. Het gaat erom dat er in een vroeg stadium wordt nagedacht over de geotechnische risico’s en dat het onderzoek wordt aangepast op basis van de werkelijke projectrisico’s.

Geo-Impuls
Het doel van Geo-Impuls is om vijftig procent reductie van faalkosten als gevolg van  geotechnisch falen te bewerkstelligen. Martijn van Vliet: “We hebben andere Geo-Impulsteams, die allemaal op een andere manier aan faalkostenbeperking werken,  bij dit project kunnen betrekken. Het is juist de Geo-Impulsomgeving die dit verder heeft kunnen brengen dan mogelijk was binnen de oude CUR-werkgroep. De andere setting heeft letterlijk een impuls gegeven. Het toepassen van georisicomanagement (GeoRM) is één van de belangrijkste producten van de Geo-Impuls.  Het resultaat is een handreiking aan partijen om beter met de risico’s te kunnen omgaan. Voorwaarde voor het slagen van deze aanpak is eigenlijk alleen dat je met z’n allen vooraf afspreekt dat je met de voorgestelde systematiek gaat werken.”

Martijn van Vliet is overtuigd van de praktische toepasbaarheid van de publicatie. ‘Het is geheel gebaseerd op bestaande kennis. Alleen de methodiek is nieuw. Het onderzoek dat we per bouwwerk/kunstwerk per fase aanbevelen, is gebaseerd op best practices. De gedachte daarachter is dat je wel allerlei hightechzaken kunt voorstellen, maar dat daar weinig van terechtkomt als het niet past in de praktijk. Het gaat er kortweg om dat je met dit rapport gemakkelijker kunt besluiten welk onderzoek nodig is.”

Van onderaf

Bewoners, ondernemers, culturele instellingen en zelfs ‘Washington’ hebben hun inbreng gehad bij de ontwikkeling van een nieuwe parkeergarage onder het Tournooiveld in Den Haag. Het project is van onderaf ontwikkeld, zonder vooropgezet plan, met de belangen en ideeën van omwonenden en belanghebbenden als bouwstenen.

Volgens Gert Jan Smit van SENS real estate staat het project symbool voor hoe we in Nederland binnenstedelijke herontwikkelingsprojecten moeten aanpakken: “Onze aanpak kost aan de voorkant meer tijd en energie. Dat betekent voor de ontwikkelaar weliswaar meer risico, maar het maakt dit soort projecten vooral veel kansrijker.”

Midden in het historisch centrum van Den Haag bouwt Dura Vermeer een drielaagse parkeergarage voor driehonderdtwintig auto’s. In een zeer complexe omgeving met veel invloedrijke belanghebbenden hebben SENS real estate en Dura Vermeer succes geboekt waar vele andere faalden. De parkeergarage is niet ontwikkeld vanuit een vooropgezet plan, maar op basis van de belangen en behoeften van de belanghebbende partijen. De parkeergarage Tournooiveld wordt hiermee ook politiek gezien als voorbeeld van particulier initiatief en passend in de tendens dat gemeenten minder snel geneigd zijn om bij risicodragende projecten zelf het initiatief te nemen. SENS real estate en Dura Vermeer slaagden erin een plan te presenteren dat vooraf al door drieëntwintig betrokken partijen was ondertekend. Daarmee kwam een einde aan een al meer dan twintig jaar durende discussie over extra parkeervoorzieningen in het noordwestelijk deel van de stad.

Parkeeronbalans

“Bewoners, gemeente en culturele instellingen waren het er al jaren over eens dat er in het centrum van Den Haag sprake is van een parkeeronbalans”, vertelt Gert Jan Smit. “Aan de stadhuiskant zijn er 2.500 tot 2.600 gebouwde parkeerplaatsen, terwijl de noordwestkant het met 400 tot 500 gebouwde parkeerplaatsen moet doen. Dat er voor een goede ontwikkeling van het centrum iets aan de noordwestkant gedaan moest worden, stond dus niet ter discussie. In de afgelopen vijfentwintig jaar zijn er tal van plannen gepresenteerd voor dit gebied. Bijvoorbeeld voor een parkeergarage onder de Hofvijver, onder het Lange Voorhout of bij de Kneuterdijk. Er was diverse malen overeenstemming op het stadhuis, maar plannen liepen steeds spaak op tegenstand vanuit de omgeving. De plannen werden vervolgens van tafel geveegd, maar de noodzaak bleef.”

SENS real estate zag een opening, nadat herinrichting van het Lange Voorhout in 2009 ertoe leidde dat ruim honderd parkeerplekken op maaiveld verdwenen en de gemeente Den Haag de toezegging deed dat er met voortvarendheid aan een oplossing zou worden gewerkt. Een parkeergarage in het gebied rond het Lange Voorhout werd opgenomen in het collegeprogramma van 2010, waarbij wel werd aangetekend dat de markt zo’n voorziening zou moeten gaan ontwikkelen.

“Op dat moment zijn wij gestart”, vertelt Gert Jan Smit. “We hebben contact gelegd met de diverse belanghebbenden, waaronder de Koninklijke Schouwburg, het Haags Historisch Museum, het Mauritshuis, Diligentia, Escher in het Paleis, de ambassade van de Verenigde Staten en bewoners- en ondernemersorganisaties als Buurtschap Centrum 2005, VvE Binnenstad, Pleinkwartier en BIZ Paleis Noordeinde. We zijn dus niet eerst naar het stadhuis gegaan en hebben niet vooraf een plan gemaakt. Begin 2012 hebben we in de Koninklijke Schouwburg workshops georganiseerd waar alle partijen, waaronder potentiële tegenstanders, naar hun inbreng is gevraagd.”

Van twaalf naar een

“We zijn die bijeenkomsten volstrekt open ingegaan. Naar aanleiding van een voorstudie waren op dat moment nog twaalf potentiële locaties in beeld. Op basis van de inbreng van alle partijen zijn we ons gaan richten op een locatie nabij het Tournooiveld of de korte zijde van het Lange Voorhout. Onze conclusies hebben we opgeschreven in een ambitiedocument. Dat hebben we voorgelegd aan de betrokken partijen. Enkele daarvan zijn afgehaakt, maar drieëntwintig hebben hun handtekening eronder gezet. Zo konden we eind 2013 een breed gedragen plan presenteren.”

Visualisatie van het toekomstige Tournooiveld. Rechts is de Amerikaanse ambassade te zien. (Beeld: SENS real estate/A2Studio)

“In het daaropvolgende besluitvormingsproces hebben wij als ontwikkelaar nauwelijks ons gezicht laten zien. Het zijn steeds de belanghebbenden geweest die naar voren zijn gestapt om het plan toe te lichten en te verdedigen. Het waren bijvoorbeeld de directeur van de Koninklijke Schouwburg, die van het Haags Historisch Museum en de voorzitter van het Buurtschap Centrum 2005 die ten overstaan van commissies en de gemeenteraad het belang van de stad steeds opnieuw hebben bepleit.”

De investering in tijd en aandacht in het voortraject wierp haar vruchten af. Medio 2014 nam de gemeenteraad van Den Haag met ruime meerderheid het bestemmingsplan aan. Eind 2014 is de bouwvergunning verleend. Na een periode van voorbereidingen, waaronder het verleggen van kabels en leidingen, is op 6 juli 2015 de bouw officieel gestart. Eind 2016 moet de tram weer over het dan weer gesloten Tournooiveld kunnen rijden. De parkeergarage wordt begin 2017 operationeel.

Ook samen optrekken in de uitvoering

“De nauwe samenwerking met de omgeving is in de uitvoering van de Tournooiveldgarage onverkort voortgezet”, vertelt Frank van der Heijden, projectmanager namens Dura Vermeer. “Aan de zorgvuldige inpassing van de twee entreegebouwen is nauw overleg voorafgegaan met de Koninklijke Schouwburg, de winkeliers en horecaondernemers. Ook de bouwlogistiek die ervoor moet zorgen dat het Lange Voorhout tijdens de bouw bereikbaar blijft, is afgestemd. Na bezwaren van de horeca is de bouwplaats anders ingericht.”

Een stad als Den Haag kun je niet stilzetten gedurende de bouw. Het wereldkampioenschap beachvolleybal, Prinsjesdag en de buitenactiviteiten rond Kerst moesten allemaal zo ongehinderd mogelijk doorgang vinden. Frank van der Heijden: “We zijn continu in overleg met onze steunbetuigers. We stemmen af en komen samen tot oplossingen. Om op Prinsjesdag de Gouden Koets te kunnen laten passeren, hebben we bijvoorbeeld tijdelijk een strook asfalt aangelegd.”

“Via de steunbetuigers staan we in contact met de hele omgeving. Zij pikken signalen op en wij proberen daarop te anticiperen. Zo houden we iedereen op een positieve manier betrokken bij het project. Verder houden we al zo veel mogelijk rekening met de herinrichting van de Lange Vijverberg en zorgen we voor logistieke afstemming. Voor de herinrichting van de openbare ruimte hebben we het ingenieursbureau van de gemeente Den Haag ingeschakeld. Zij kennen het gebied en weten hoe procedures verlopen en wat belangrijk is voor de stad Den Haag. Dat helpt om bovengronds tot een invulling te komen waarin iedereen zich kan vinden.”

Uitvoering

In de kwetsbare binnenstad met monumentale gebouwen is voor een traditionele bouwmethode gekozen. De bouwput, van 100×34 meter met een uiteindelijke diepte van 12 meter, is tot -6 meter droog ontgraven. Inmiddels is de bouwput vol water gezet en vindt verdere ontgraving ‘in de natte’ plaats.

De bouwput grenst aan de Hofvijver. (Foto: SENS real estate)

Frank van der Heijden: “We hebben voor CSM-wanden gekozen omdat het een duurzamere toepassing is dan dam- of diepwanden. Voor de CSM-wanden mixen we het zand uit de ondergrond met grout. Daarin plaatsen we stalen profielen. Daarmee werken we trillingsvrij en kunnen we met een kleinere bouwplaats toe.”

Bij de belendende percelen worden deformatiemetingen uitgevoerd. Daarnaast wordt gemeten op grondwaterstand, geluid en trillingen. Kwetsbare bomen in het gebied ondergaan vochtmetingen en worden met de inzet van een speciale bomenwacht beschermd. Ten aanzien van de CSM-wand worden inclinometingen en pompproeven uitgevoerd.

Frank van der Heijden noemt de planning de grootste uitdaging. “We willen een zo kort mogelijke bouwtijd. Dat is in ieders belang. Daarom gebruiken we prefabelementen voor alle kolommen, het dak en de vloeren op -1- en de -2. We moeten ervoor zorgen dat de tram na veertien maanden weer kan rijden. Dat was een keiharde voorwaarde voor toestemming.” Met in eerste instantie vijftig tot zestig vrachtwagens per dag was ook de logistiek een flinke uitdaging. Dura Vermeer heeft dwars over de bouwput een hulpbrug aangelegd om de afvoer van zand en aanvoer van materialen mogelijk te maken.

Het ontbrekende stukje

Tussen Delft en het Kethelplein bij Schiedam is tussen 2011 en 2015 het ontbrekende deel van de A4 aangelegd. Onderdeel van dit zeven kilometer lange stuk snelweg is de Ketheltunnel, een landtunnel op de grens van de gemeenten Schiedam en Vlaardingen.

De Ketheltunnel (Foto: COB) ligt grotendeels op maaiveld en heeft twee buizen en een middenkanaal dat onder andere dient als vluchtroute. De tunnel is bijna veertig meter breed en is een categorie C-tunnel. Dat houdt in dat vrachtauto’s met gevaarlijke stoffen die kunnen exploderen, niet door de tunnel mogen.

De weg tussen de noordelijke tunnelmond en Delft is grotendeels verdiept aangelegd om verstoring van het open weidelandschap van Midden-Delfland zoveel mogelijk te voorkomen. Ten noorden van de tunnel ligt de weg bijna anderhalve kilometer lang ruim zes meter diep in een bak met geluidswerende wanden en naar beneden gerichte ledverlichting. Vervolgens ligt de weg ruim tweeënhalve kilometer half verdiept – circa twee meter onder maaiveld – met aan beide zijden een begroeide aarden wal.

Bij de realisatie van de tunnel is veel aandacht besteed aan een goede landschappelijke inpassing en het minimaliseren van overlast voor de omgeving. Bovenop de constructie is bijvoorbeeld een park aangelegd, waarin omwonenden kunnen recreëren. Verder liggen tegen de zijwanden aarden taluds om de landtunnel aan het oog te onttrekken. In deze taluds zijn de drie dienstgebouwen aangebracht. Het noordelijke deel van de tunnelconstructie is met betonnen luifels verbreed tot tachtig meter. Op dit bredere deel zijn sportvelden aangelegd en onder de luifels zijn parkeerplaatsen gemaakt.

Het wegdek van de tunnel ligt direct op het zand en de vier wanden van de tunnel – de buitenwanden en de wanden van het middenkanaal – zijn elk gefundeerd op een rij vibropalen. De tunnel is opgebouwd uit vijftig moten van veertig meter lang die ter plekke zijn gemaakt.

Tunnelbuizen

De oostelijke tunnelbuis, met verkeer richting Delft, is 1.620 meter lang en heeft vier rijstroken. De westelijke buis, met verkeer richting Kethelplein, is 1.950 meter lang en heeft drie rijstroken. Twee daarvan zijn voor doorgaand verkeer. De derde rijstrook is de afrit naar de A20 richting Hoek van Holland. Deze splitst al voor de tunnel af en loopt, afgescheiden door verdringingsstrepen, parallel aan de hoofdrijbanen. Voor de vroege afsplitsing is gekozen om weefbewegingen in de tunnel te voorkomen. In de westelijke tunnelbuis is voldoende ruimte om in de toekomst een vierde rijstrook aan te leggen.

Door de verschillende lengtes liggen de tunnelmonden van de tunnelbuizen aan de zuidzijde ruim driehonderd meter van elkaar af. De oostelijke buis begint meer naar het noorden, omdat in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) is vastgelegd dat er tien seconden rijtijd moet zitten tussen een samenvoeging – in dit geval het Kethelplein – en het begin van de oostelijke tunnelbuis.

Visualisatie van de verspringende tunnelmonden aan de zuidzijde. (Beeld: Rijkswaterstaat)

Aan de noordzijde liggen de tunnelmonden wel naast elkaar. De tunnel gaat hier over in het verdiepte tracé. Daarna volgt het half verdiepte deel. In Delft sluit de weg op maaiveld aan op de bestaande A4 richting knooppunt Ypenburg.

Grondwater

Een paar maanden voor de opening van de tunnel, op 18 december 2015, was het nog even spannend of Rijkswaterstaat alle vergunningen rond zou krijgen. De diepwanden van de verdiepte bak bleken minder waterdicht dan gedacht. Daardoor moet dagelijks ongeveer 1.400 kubieke meter grondwater rond de bak worden onttrokken in plaats van de geplande 400 kubieke meter. Door deze grotere onttrekking kan er schade aan gebouwen in de omgeving ontstaan en kan het veen sneller inklinken. Dat was reden voor het waterschap om de benodigde watervergunning niet zonder meer af te geven. De vergunning kwam pas nadat Rijkswaterstaat had aangegeven een deel van het onttrokken water via retourbemaling diep in de bodem te herinfiltreren en het grondwaterpeil en de gebouwen uitgebreid te gaan monitoren.

Financiering en beheer Westerscheldetunnel

Dit artikel is onderdeel van een tweeluik, zie het artikel ‘Beter beheer, heeft de financieringsvorm daar invloed op?

De Westerscheldetunnel, met 6,6 kilometer de langste wegverkeerstunnel van Nederland, werd in 2003 geopend. De geboorde tunnel wordt voor een periode van dertig jaar geëxploiteerd door de N.V. Westerscheldetunnel, die gedurende die periode tol heft. In 2033 wordt de tunnel overgedragen aan het Rijk.

“Kenmerkend voor de Westerscheldetunnel is dat de klant vooropstaat in beschikbaarheid en de tariefstelling. We kunnen ons bijvoorbeeld niet veroorloven dat we de tarieven ineens met tien procent moeten verhogen”, zegt algemeen directeur Harald Schoenmakers. “Onze focus op de klant is een belangrijk deel van het succes. In alles staat voorop dat we het voor de klant doen. Die aanpak kun je niet in het hele land realiseren. Als in 2033 de tol eraf gaat, wordt ook de Westerscheldetunnel alsnog een ‘gewone’ tunnel.”

(Foto: N.V. Westerscheldetunnel)

“Wij zijn gebaat bij voorspelbaarheid en hebben daarom gekozen voor een langjarig onderhoudscontract. In 2013 hebben we na een Europese aanbesteding een contract afgesloten voor twintig jaar met onderhoudsaannemer WM (Westerscheldetunnel Maintenance, bestaande uit Croonwolter&dros, Mobilis en BAM, red.). Dat betekent dat we op papier weten wat ons te wachten staat. Operationeel en financieel weten we wat er gebeurt. Dat is een belangrijk verschil met andere tunnels waar kortere contractduren gelden.”

Ook in de afspraken die zijn gemaakt, gaat de exploitatiemaatschappij op zeker. Manager technisch beheer en onderhoud Patrick Dankaart: “We hebben een contractvorm waarbij de aannemer grotendeels invulling geeft aan de uitvoering, maar waarbij we toch zo’n beetje de helft hebben voorgeschreven. Toen de Westerscheldetunnel werd geopend, was er nog geen nationale tunnelwetgeving. Maar in de gebruiksvergunning van de gemeente Borsele waren wel al allerlei bepalingen opgenomen ten aanzien van het testen van installaties. Dat geldt voor alles, waardoor we nooit discussie hebben over wat het betekent dat een installatie ‘functioneel werkt’; niet met het bevoegd gezag en niet met de aannemer.”

Hoge beschikbaarheid

Met ongeveer een kwart van het twintigjarig contract achter de rug is men bij de N.V. Westerscheldetunnel dik tevreden met de samenwerking met de aannemer. De tunnel is ruim 98% van de tijd beschikbaar zonder beperking in een van de tunnelbuizen. En zelfs tijdens de renovatie (eind 2016 – half 2018), die deel uitmaakte van het langjarige contract, kwam de beschikbaarheid maar een half procent lager uit. Harald Schoenmakers: “Niet-beschikbaarheid vanwege onvoorzien falen van de tunnel is de kleinste factor. De impact van ongevallen en pechgevallen is veel groter.”

De paar procent niet-beschikbaarheid komt voort uit de nauwgezet geplande vierwekelijkse nachtelijke onderhoudsafsluitingen die om en om per tunnelbuis worden uitgevoerd. De verbinding tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen blijft dan met tegenverkeer mogelijk in een van de tunnelbuizen. Met een verkeersaanbod van circa 1.000 auto’s tussen 21.00 en 4.00 uur treft die aanpak slechts een zeer beperkt deel van de passanten. Volledige uitval van de tunnel zou – zeker overdag – enorme consequenties hebben. In de spits kan het aantal passanten oplopen tot 2.800 per uur. Die zouden allemaal tot zo’n honderd kilometer moeten omrijden. “De mate van technische beschikbaarheid zou zonder tol dus niet anders zijn”, stelt Harald Schoenmakers.

‘In de spits kan het aantal passanten oplopen tot 2.800 per uur. Die zouden allemaal tot zo’n honderd kilometer moeten omrijden.’

“De bereikbaarheid en het feit dat er geen alternatieve route beschikbaar is, zijn in de beginperiode al heel bepalend geweest voor de inrichting van beheer en onderhoud. Het heeft er toen al toe geleid dat we voorliepen op de wet- en regelgeving. Bij het afsluiten van het nieuwe contract in 2012 zijn we vanuit die basis verder gaan werken.” Patrick Dankaart: “We hebben het voordeel dat veel installaties redundant zijn uitgevoerd, dat tegenverkeer mogelijk is en dat de tunnel van meet af aan technisch in orde is geweest. Maar dat neemt niet weg dat we de beschikbaarheid niet wilden laten afnemen. De renovatie is nu een half jaar achter de rug en de beschikbaarheidscijfers zien er goed uit.”

Contact met de klant

In 2018 brak de Westerscheldetunnel door de grens van 7,5 miljoen passages. “Op werkdagen passeren drie keer zoveel voertuigen als op de veerboten voordat de Westerscheldetunnel werd geopend”, weet Harald Schoenmakers. Circa twee derde van die passages komt voor rekening van de 55.000 abonnees die gebruikmaken van de t-tag.

Harald Schoenmakers: “We zien gebruikers ook echt als klanten. We gebruiken verschillende communicatiekanalen om in contact te blijven en we faciliteren klanten in de betaalwijze. Naast de t-tag kunnen klanten zo’n vijftien verschillende kaarten gebruiken en sinds kort ook contactloos betalen. Eens per drie jaar voeren we een klanttevredenheidsonderzoek uit. Op basis van de resultaten doen we waar nodig aanpassingen.”

Ruimte voor innovatie

Uitgangspunt van de in de zomer van 2018 afgesloten renovatie was dat alle installaties tot aan de overdracht van de tunnel aan het Rijk mee zouden kunnen. De aannemerscombinatie is gedurende die periode verantwoordelijk voor het voorkomen en oplossen van storingen en vervangingen. Als uitvoerder van de renovatie heeft die partij daar ook het beste zicht op. Vijftien jaar komt overeen met de verwachte technische levensduur. Maar daarmee is nog niet voorzien in de potentiële technische ontwikkelingen die tot vroegtijdige vervanging zouden kunnen leiden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor energiezuiniger systemen. In het contract met Westerscheldetunnel Maintenance is juist vanwege de lange duur ruimte gelaten voor tussentijdse aanpassingen.

Harald Schoenmakers: “Al bij de renovatie hebben we afspraken gemaakt over de mogelijkheid om innovaties toe te passen. Dat is met wat wij de ‘state-of-the-art-clausule’ noemen gebeurd met het snelheidsdetectiesysteem. Je kunt je voorstellen dat we de komende jaren omwille van het energieverbruik besluiten de verlichting eerder te vervangen. Waar dat in het belang is van de klant, kijken we samen met de aannemer naar potentieel toepasbare nieuwe ontwikkelingen.”

Zo kan het ook: fijn fietsen

Fietsen is een bezigheid die je zou moeten stimuleren, toch? Onderdoorgangen zijn echter zelden motiverend. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van fietstunnels die je (bijna) op de fiets doen springen.

Tegeltjes

(Beeld: YouTube/alphons net)
Een tunnelwand kun je natuurlijk schilderen, maar volplakken met tegeltjes is misschien nog leuker. In Amsterdam is de spooronderdoorgang bij het Centraal Station door Koninklijke Tichelaar Makkum voorzien van ruim 70.000 handgevormde en beschilderde tegels. Ontwerpster Irma Boom maakte hiervoor een bewerking van een achttiende-eeuws tableau van Cornelis Bouwmeester. Zo kan het dat een Rotterdams oorlogsschip opeens voorzien is van een Amsterdams stadswapen.
>> Lees meer over het project

(Foto’s: Flickr/Jasper Arends)
In de fietstunnel onder de N44 in Wassenaar werden meer dan een miljoen glazen tegeltjes aangebracht. Tezamen tonen ze een kleurrijk strandlandschap dat werd ontworpen door Syb van Breda & Co. Een domper voor de bijzondere tunnel is dat de kostenoverschrijding van 1.8 miljoen euro leidde tot de val van het college van B en W.
>> Lees meer over het project

Afwisselend

(Foto: Flickr/Net Circlion)
Verf en tegeltjes zijn relatief onveranderbaar. Licht en geluid zijn een stuk flexibeler. In Lyon is eind 2013 een nieuwe, ruim twee kilometer lange tunnel onder het centrum opengesteld waar fi etsers (en voetgangers en bussen) enorme projecties krijgen voorgeschoteld met bijpassend geluid. Van abstracte kunst tot realistische tuintaferelen.
>> Lees meer (Engelstalig)

Dit was de Onderbreking Waardering

Bekijk een ander koffietafelboek: