Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Modelbeschrijving EEM modellen voor postdictieberekening grote boortunnelproef

Algemene informatie

Auteur C. v.d. Vliet
Uitgever Projectorganisatie Hogesnelheidslijn-zuid
Uitgavedatum 30 juni 2000
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In het Stevin TI laboratorium van de Technische Universiteit Delft is in opdracht van Projectorganisatie HSL-Zuid, Projectorganisatie Betuweroute, TNO en TU Delft een proefopstelling van een deel van een boortunnel geplaatst. Het betreft 3 volledige ringen van de Botlekspoortunnel die verticaal op de laboratoriumvloer zijn opgesteld. De ringen zijn omgeven door een stalen frame met krachtvijzels waardoor de tunnellining radiaal belast kan worden. Op de lining zelf zijn axiale vijzels geplaatst die de vijzelkrachten van de  tunnelboormachine (TBM) introduceren in...

In het Stevin TI laboratorium van de Technische Universiteit Delft is in opdracht van Projectorganisatie HSL-Zuid, Projectorganisatie Betuweroute, TNO en TU Delft een proefopstelling van een deel van een boortunnel geplaatst. Het betreft 3 volledige ringen van de Botlekspoortunnel die verticaal op de laboratoriumvloer zijn opgesteld. De ringen zijn omgeven door een stalen frame met krachtvijzels waardoor de tunnellining radiaal belast kan worden. Op de lining zelf zijn axiale vijzels geplaatst die de vijzelkrachten van de  tunnelboormachine (TBM) introduceren in de lining. Deze modelbeschrijving is bijlage 2 van het postdictie rapport, maar is zo opgezet dat het ook los hiervan te gebruiken is.

Het doel van de full-scale proeven aan de drie boortunnel ringen is het onderzoeken van het complexe constructiegedrag van boortunnels met een gesegmenteerde lining. Hierdoor wordt er meer inzicht verkregen in het mechanische gedrag van boortunnels in het algemeen en vooral tijden de bouwfase. Daarnaast worden de resultaten van de proeven gebruikt voor het valideren van 3D eindige elementen modellen waarmee men hoopt de optredende vervorming en spanningen van een boortunnellining tijdens verschillende fases in de toekomst beter voorspeld kunnen worden. Voordat de postdictie modellen worden beschreven wordt eerst een beschrijving van de laboratoriumopstelling gegeven. Bij de beschrijving van de opstelling is vooral aandacht geschonken aan de randvoorwaarden en belastingen. Verder is in deze modelbeschrijving veel aandacht geschonken aan de langsvoegmodellering zoals toegepast bij de postdictie modellen.

Gerelateerde documenten

L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen

Auteurs:
Commissie L510 (COB)
Uitgever: COB
Uitgave: 1996 | Geüpload op: 6 september 2016

Dit rapport bevat een inventarisatie van ontwerpeisen en bijbehorende ontwerpmethoden voor boortunnels onder Nederlandse omstandigheden.

Bekijk document
Schade aan de tunnellining – Geometrisch tunnelmodel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Schade aan de tunnellining – Geometrisch tunnelmodel

Auteurs:
Keimpe Bloemhof
Uitgever: Technische universiteit Delft
Uitgave: mei 2001 | Geüpload op: 1 mei 2016

Door het intensieve gebruik van het Nederlandse grondoppervlak worden sinds een aantal jaren tunnels ook aangelegd met behulp van boormethode. Door de slappe grond en de hoge grondwaterstand is deze methode lange tijd niet in Nederland toegepast.

Bekijk document
L530 – Invloed discontinuïteiten op liggerwerking geboorde gesegmenteerde tunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L530 – Invloed discontinuïteiten op liggerwerking geboorde gesegmenteerde tunnel

Auteurs:
M.R.C. v.d. Heijde
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 5 juni 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de invloed van discontinuïteiten op de liggerwerking van een geboorde gesegmenteerde tunnel.

Bekijk document
F220 – 4D-groutdrukmodel Diana
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F220 – 4D-groutdrukmodel Diana

Auteurs:
N. van Empel, F. Haring
+1
Andere auteurs:
M. Visschedijk
Uitgever: COB
Uitgave: 9 december 2005 | Geüpload op: 1 mei 2016

Het document geeft de resultaten van een gefaseerd 3D-groutdrukmodel ontwikkeld in Diana. Dit model combineert een 3D-continuüm modellering van de grond met de modellering van de tunnelsegmenten door middel van schalen met langs- en ringvoegen.

Bekijk document
K300 – Montagespanningen bij de bouw van geboorde tunnels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K300 – Montagespanningen bij de bouw van geboorde tunnels

Auteurs:
E.J. van der Horst
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 17 november 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport geeft een overzicht van wat verstaan wordt onder montagespanningen, hoe hier in de tunnelbouwpraktijk mee omgegaan wordt en wat er bij aanvang van de K300-studie wel of niet bekend is over dit onderwerp met betrekking tot oorzaken en gevolgen van montagespanningen en eventueel methodes om deze te bepalen met behulp van rekenmodellen.

Bekijk document
Schade aan de tunnellining – Voorstudie
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Schade aan de tunnellining – Voorstudie

Auteurs:
Keimpe Bloemhof
Uitgever: Technische universiteit Delft
Uitgave: mei 2001 | Geüpload op: 1 mei 2016

Door het intensieve gebruik van het Nederlandse grondoppervlak worden sinds een aantal jaren tunnels ook aangelegd met behulp van boormethode. Door de slappe grond en de hoge grondwaterstand is deze methode lange tijd niet in Nederland toegepast.

Bekijk document
COB AI