Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F512 – Praktijkonderzoek Boortunnel Groene Hart

Algemene informatie

Auteur ir. Q.C. de Rijke
Uitgever COB
Uitgavedatum 2008
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

Achter de tunnelboormachine (TBM) vormen de ringen een tunnelbuis die is ingebed in grout en grond. Op deze tunnelbuis wordt aan de voorzijde door de TBM een normaalkracht, een moment en een dwarskracht uitgeoefend. De ringen achter de TBM ondervinden een belasting door grout, grond en grondwater, waarbij de grond zelf ook als oplegging in de vorm van een bedding fungeert. Een ring die net de TBM heeft verlaten, drijft in het vloeibare grout. Dit vloeibare grout kan door neerwaartse...

Achter de tunnelboormachine (TBM) vormen de ringen een tunnelbuis die is ingebed in grout en grond. Op deze tunnelbuis wordt aan de voorzijde door de TBM een normaalkracht, een moment en een dwarskracht uitgeoefend. De ringen achter de TBM ondervinden een belasting door grout, grond en grondwater, waarbij de grond zelf ook als oplegging in de vorm van een bedding fungeert.

Een ring die net de TBM heeft verlaten, drijft in het vloeibare grout. Dit vloeibare grout kan door neerwaartse groutstroming weerstand bieden tegen de verplaatsingen van de ring. Daarnaast wordt er weerstand geboden door krachtsoverdracht naar enerzijds de TBM en anderzijds de naastgelegen ringen van de tunnelbuis en het verderop reeds verharde grout. De ringen achter de TBM moeten dus samenwerken om een evenwichtssituatie te bereiken. Deze samenwerking wordt liggerwerking genoemd.
Het onderzoek van de COB-commissie F512 heeft zich gericht op de liggerwerking achter de tunnelboormachine tijdens de bouwfase van de Boortunnel Groene Hart. Speerpunten zijn: verplaatsing en vervorming van de tunnel, spanningen in tunnellining en de groutdruk op de buitenkant van de tunnelbuis. De uitgevoerde predicties van de verticale verplaatsingen van een onderhoudsschacht in het tracé onder invloed van het veranderen van gewicht tijdens het bouwproces van de schacht, voorspelden slechts kleine verplaatsingen. Er ontstond nauwelijks liggerwerking in de tunnel door het verplaatsen van de onderhoudsschacht. Dit was reden om het onderzoek te richten op de liggerwerking in de tunnel achter de tunnelboormachine (TBM) tijdens de bouwfase. Op basis van de evaluatie en bestudering zijn er verschillende verklaringen boven gekomen, ook zijn verschillende type meetresultaten geëvalueerd aan de hand van modellen. In het rapport is een uitgebreide evaluatie te vinden.

Gerelateerde documenten

Validatieberekeningen BORTAS
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Validatieberekeningen BORTAS

Auteurs:
B. Bruinsma, A. Kooiman
Uitgever: Holland Railconsult B.V.
Uitgave: 8 juli 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

In opdracht van de projectorganisatie HSL-Zuid is een rekenmodel ontwikkeld voor de analyse van geboorde tunnels met gesegmenteerde lining. Dit model heet BORTAS en is geschikt voor analyse van zowel de bouwfase als de gebruiksfase van de lining van geboorde tunnels.

Bekijk document
Tunnel technology – ontwikkeling van nieuwe tunnelvormen in Japan
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Tunnel technology – ontwikkeling van nieuwe tunnelvormen in Japan

Auteurs:
P.P.T. Litjens
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: juli 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Ten behoeve van het ontwerp en de bouw van de Tweede Heinenoordtunnel, de eerste boortunnel die in typisch Nederlandse bodemomstandigheden is gebouwd, is een uitgebreid bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij zowel veldexperimenten als laboratoriumexperimenten onderdeel waren van dit onderzoek.

Bekijk document
Specification of instrumentation TBM
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Specification of instrumentation TBM

Auteurs:
Delft hydraulics
Uitgever: Centrum ondergronds bouwen
Uitgave: 1995 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van het programma 'Praktijkonderzoek Boortunnels, K100' is een uitgebreid onderzoeksprogramma opgesteld. Een van de onderzoeken betreft de monitoring van de processen die plaatsvinden op en rond het tunnelfront.

Bekijk document
Stromingsprocessen in mengkamer TBM
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Stromingsprocessen in mengkamer TBM

Auteurs:
K.J. Bakker et al.
Uitgever: Centrum ondergronds bouwen
Uitgave: mei 1996 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit rapport worden predicties beschreven voor een aantal te monitoren processen in de tunnelboormachine van de Tweede Heinenoordtunnel.

Bekijk document
Meetrapport meetring Zuid in de Tweede Heinenoordtunnel – Periode 2 – 17 tot en met 27 maart 1998
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Meetrapport meetring Zuid in de Tweede Heinenoordtunnel – Periode 2 – 17 tot en met 27 maart 1998

Auteurs:
G.P.C. van Oosterhout, P.C. van Staalduinen
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 26 mei 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit rapport wordt verslag gedaan van de tweede meetperiode voor de meetring in meetveld Zuid van de Tweede Heinenoordtunnel. Een beschrijving van de meetopstelling is bijgevoegd, inclusief lijst van slecht functionerende kanalen. Gepresenteerd worden krachten, momenten, gronddrukken en voerverplaatsingen gebaseerd op de kanalen die betrouwbaar zijn bevonden.

Bekijk document
Dynamisch gedrag Botlekspoortunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Dynamisch gedrag Botlekspoortunnel

Auteurs:
W. Gardien
Uitgever: COB
Uitgave: mei 2012 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport richt zich op de vergelijking tussen predictieberekeningen voor rijdende treinen zoals uitgevoerd door Movares met metingen. Daarnaast komt er een postdictieberekeining voor rijdende treinen van TNO aan bod, die eveneens met metingen wordt vergeleken. Ten slotte wordt het gehele F320 voor dynamisch gedrag geëvalueerd.

Bekijk document
COB AI